Marit Dik

Selection of articles / media


Uit de woorden van Rebecca Nelemans bij de afsluiting van OGENBLIKSEM 10, sept 2021

......Marit Dik die we uit eerdere edities kennen van vaak verhalende voorstellingen met allerlei referenties aan de meerluiken uit de kunstgeschiedenis, positioneert zich aan de rand van de zaal. Met haar groene omkadering borduurt ze voort op de kadrering van haar buren, maar keert ze ook een beetje de rug naar de rest, maar vooral naar de toyboy van Jans. Richting het open raam brengt zij een ode aan de sterke vrouw: van de klassieke sphinx tot de oermoeder, van de activiste tot de feministe die de fallus als wapen in de hand draagt. Een mooie verwijzing naar Louise Bourgeois. Opvallend dat de uil, symbool van wijsheid, juist deze fallusdraagster kroont. In de complementaire kleuren rood en groen en de grafische vorm doet het denken aan een educatieve billboard. Zoals we die nog regelmatig zien in gebieden met veel analfabeten. De fallusdraagster is opmerkelijk genoeg de enige figuur die contact maakt met de andere spelers in de zaal. Met het Vergroeisel van PJ bijvoorbeeld. Het vormt ook een opgeheven middelvinger naar het masculine gebeuren tegenover haar......


NOW STOP YOUR SHIP AND LISTEN TO OUR VOICES

Aantekeningen bij de grote handprint op de muur, onderdeel van OGENBLIKSEM 10, Eindhoven, de Fabriek, sept 2021

“Now stop your ship and listen to our voices. All those who pass this way hear honeyed song poured from our mouths. The music brings them joy and they go on their way with greater knowledge.” (vertaling Emily Wilson, The Odyssey, 2017)

Dat is wat de sirenen zingen. In de Griekse tragedies waren de sirenen aanvankelijk vogels. Hun gezang gaf licht op een verborgen wereld. Die van de dood.

In de muurprint zijn 4 vrouwfiguren. De buik van "de zwangere vrouw" is als de aarde. Hier ontstaat en groeit het leven. Dit besef dragen vrouwen van jongs af aan met zich mee. "De liefde" staat niet op zichzelf maar verbindt de mensen met elkaar. Iets waar we niet alleen vanuit ons hart maar ook met verstand mee om moeten gaan. Zij kijkt ons aan. In dit werk gaat "de vogelvrouw" van de grond waarop zij loopt naar de lucht waarin ze vliegt. Daardoor kan ze vluchtelingen redden naar een betere toekomst.

Deze vrouwen zijn geen sirenen maar hebben wel elk een eigen verborgen kracht. Die stellen ze ten dienste aan de liefde, de aarde, de mensheid die op de vlucht is en uiteindelijk wil zij - "de vrijheidsstrijdster" - zegevieren. Haar vlag kent geen kleur, geen tekens maar is voor alles en iedereen.

In de vogelvrouw zag ik ook een verband met een boom of een bloem die de onderwereld met de bovenwereld verbindt. Hun reikwijdte is veel groter dan het hier en nu en het hier en daar. Wat onder de grond wortelt of ontkiemt komt tot bloei en laat zich door oogst en zaad over de aarde verspreiden. Een kringloop waar Persephone haar zomer- en winterverblijf mee verbindt.

Kunstenaars kennen ook een kringloop. Die van broeden, dromen en dan tot iets neerzetten. Het is een voortdurend proces.

In discussies over klimaat, machtsverhoudingen, vluchtelingen-vraagstukken is het tegenwoordig minstens even vaak de vrouw als de man die het woord voert. Met dit werk wil ik de kracht van vrouwen laten zien.

Al enige tijd wilde ik een extra grote linosnede maken. Nu wij in Eindhoven bij De Fabriek voor OGENBLIKSEM elk een grote muur ter beschikking kregen om naar eigen idee te vullen kon ik een werk maken dat gebaseerd zou zijn op dit proces van drukken. Met behulp van grote tekeningen en cutouts heb ik stempels gemaakt die ik in Eindhoven op de muur drukte.

Marit Dik, augustus 2021


ODE AAN DE KWETSBAARHEID

TEKST: MYRTHE MEESTER, 2021

Mensen met Downsyndroom zie je maar zelden uitgebeeld in de kunsten. Marit Dik brengt daar verandering in met een reeks liefdevolle, soms confronterende portretten van haar oudere zus met Downsyndroom, die twee jaar geleden overleden is. ‘Haar invloed op mijn werk is dat ik niet van perfectie houd, en dat ik op zoek ben naar een zekere waarachtigheid.’

Aan de muur van Projectruimte BMB in Amsterdam hangen grote, kleurige portretten van een vrouw met Downsyndroom in alle stadia van haar leven. Ogen die wat naar binnen toe draaien, een mond die soms een beetje open hangt – een beeld dat we allemaal kennen. Maar ook: een meisje dat in opperste concentratie over een borduurwerkje gebogen zit en me onwillekeurig aan De kantwerkster van Vermeer doet denken. Een jonge vrouw die, met haar handen in haar schoot en een oplichtend gezicht tegen een donkere achtergrond, associaties oproept met een klassiek heiligenportret. Marit Dik speelt met de kunsthistorische traditie, met clair-obscur en traditionele composities. ‘Het leek me goed om mijn zus neer te zetten zoals we kennen van bekende schilderijen’, vertelt de kunstenares in de galerie, te midden van haar serie portretten. ‘Het schilderij Wakker, waar je mijn zus midden in de nacht een fantasiegesprek ziet voeren met onzichtbare mensen, is inderdaad een vorm van clair-obscur. Sommige kijkers deed het denken aan Gentileschi of Caravaggio.’ Het is belangrijk voor Dik om de schilderijen van haar zus – die allemaal gebaseerd zijn op oude foto’s – boven het louter persoonlijke uit te tillen en te voor- zien van een universele lading.

ONZICHTBAAR Mensen met Downsyndroom zijn vaak onzichtbaar geweest – niet alleen in de kunsten, maar ook in het dagelijks leven. ‘Grieken en Romeinen moesten er helemaal niets van hebben’, vertelt Dik. ‘Kinderen met Down hoefde je niet op te voeden, die konden er beter niet zijn.’ Binnen het christendom heetten ze kinderen van God, maar werden ze in de praktijk zo veel mogelijk binnenshuis weggestopt. Het bekendste werk uit de kunstgeschiedenis is The Adoration of the Christ Child uit 1515 door een volgeling van Jan Joest van Kalkar, die twee engeltjes met Downsyndroom bij de kribbe van Jezus heeft geschilderd. ‘Voor gezinnen die hun kind in de aardse wereld moesten verstoppen, was het misschien troostend dat hun kind dan in ieder geval een engeltje mocht worden.’ Pas in de afgelopen decennia is er meer bekendheid en acceptatie gekomen ten aanzien van mensen met Downsyndroom, vooral via televisieoptredens en boeken. Fotografe Eva Snoijink publiceerde in 2008 het fotoboek De Upside van Down: Een positieve kijk op het Downsyndroom, waarin ze 101 Downkinderen heeft vastgelegd op een flatterende manier die aan glamourfoto’s doet denken. Dik is blij met ‘dat populaire’, maar heeft zelf de behoefte om niet alleen die gezellige, gepolijste kant van Down te laten zien. ‘Ik weet ook dat mensen na hun veertigste behoorlijk achteruitgaan, en dat het dan niet meer het mooie plaatje is. Er zijn ook andere kanten dan alleen: “Ze zijn zo leuk en altijd blij”. Het is soms ook heel gewoon, of heel schrijnend.’

KWETSBAAR Toen haar zus in de jaren vijftig opgroeide, was er ‘nog veel ongemak en schaamte in de omgeving’. Aan haar ouders werd na de geboorte niet verteld wat er met hun dochtertje aan de hand was. ‘Die oogjes, dat trok wel bij. De duidelijkheid kwam van een jong meisje dat bij de kinderwagen zei: “Wij hebben ook zo’n kindje in de straat.”’ Het maakt de babyfoto’s van haar zus extra fascinerend, vindt de kunstenares. Want terwijl haar ouders op dat moment nog niet wisten dat het meisje Downsyndroom had, is het met de kennis achteraf goed zichtbaar. Dik wijst naar het schilderij Doopjurk, gebaseerd op een kleine zwart-witfoto, waarop je een baby in een witte jurk tegen een lege, onheilspellend grijsgroene achtergrond ziet liggen. ‘Dat gezichtje, die oogjes... als je het eenmaal weet, dan herken je het direct.’ Doopjurk is een schilderij dat Dik heel dierbaar is, en dat ze – in tegenstelling tot de andere portretten uit de serie – niet te koop aanbiedt. ‘Ik denk vanwege haar kwetsbaarheid, die op dat schilderij zo zichtbaar is. Daar wil ik voor zorgen.’

Hoe kwetsbaar Diks zus met Downsyndroom ook was, zelf voelde zij zich niet hulpeloos: ‘Ze reflecteerde ook niet op haar anders-zijn. Het was eerder zo dat wij in haar omgeving soms dachten: “Oh, gaat dat wel goed?”’ Blauw waterbed is eveneens een werk waarin die kwetsbaarheid goed zichtbaar is. ‘Aanvankelijk had ik daar een héél groot schilderij van willen maken, omdat ik het een soort religieuze pose vond, een icoon van barmhartigheid’, vertelt de kunstenares. Uiteindelijk werd het een doek van één bij anderhalve meter, waarop je Dik liefdevol over haar zus heen gebogen ziet zitten, die van ouderdom heel klein geworden was en dementeerde, iets wat bovengemiddeld vaak voorkomt bij mensen met Down. De onderste helft van het schilderij wordt gevuld door het blauwe bed waarnaar de titel verwijst, een blauw waar je ook andere kleuren doorheen ziet schemeren. ‘Dat bed vond ik heel fijn om te schilderen’, zegt Dik. ‘Eerst was het heel licht en zat er ook rood in, en zo bouwde ik het op. Door die kleuren over elkaar heen te zetten, krijg je een soort wolk van tonen, net als in muziek.’ Voor iedereen die Diks expositie in Projectruimte BMB gemist heeft, is het boekje Een zusje te koop, waarin de mooiste schilderijen zijn gebundeld – van Roze wolk, een onbezorgd portret van haar 23-jarige moeder met spillebenen en ‘een kleine hummel op haar arm’, tot Gymklas, een doek vol meisjes met Downsyndroom in turnpakjes, wier schetsmatige, soms ver- wrongen gezichten associaties oproepen met het werk van Marlene Dumas. In het boek staat een kort verhaal van Diks dochter Rosa Juno Streekstra, ‘Recht terugkijken’, waarin zij jeugdherinneringen ophaalt aan haar bijzondere tante, die helemaal kon opgaan in het moment. Al met al vormt Een zusje een ode aan de menselijke kwetsbaarheid en aan de grote, soms onverwachte schoonheid daarvan.

tekst gepubliceerd in Atelier 35/210


Zus met down blijft altijd zusje

Jurjen K. van der Hoek, 2020

tekst en afbeeldingen: https://jurjenkvanderhoek.tumblr.com:

Het maakt indruk. Een leven met een verstandelijk gehandicapte broer of zus, oom of tante. Een lid van de familie dat er enigszins tussenuit valt. Een vreemde eend in de bijt. Niet om het abnormale, maar omdat het extra zorg en aandacht verdient. Zo’n broertje of zusje, de verkleinvorm blijft op elke leeftijd, lijkt een last maar schept meer vreugde in het leven. Met liefde denk ik daaraan terug. Het boek “Een zusje” ligt me dan ook na aan het hart. De oudste zus van Marit Dik heeft het syndroom van Down. In een aan haarzelf opgelegd bijzonder project heeft Dik haar zus geportretteerd. Momenten uit haar leven aan de hand van oude zwartwit foto’s. Het geeft een tijdsbeeld, dat spant tussen geboorte en dood. Twee handen vol van de reeks schilderijen zijn afgedrukt in de uiitgave met het lichtgroene kaft. Een kleur die past bij een smetteloos leven, een zijn van een kind dat het altijd is gebleven, een zusje. Het is een kwetsbaar bestaan, dat echter niet spreekt door of uit de kleurige werken. In een losse schilderstijl met een trefzekere toets, weet Marit Dik de juiste sfeer te treffen. Het is een sfeer vol gevoel, maar wel met een vrolijke noot en een blijde toon. Het is geen triest leven, want wat is normaal. Het is een eigen wereld naast de buitenwereld, zoals Iris Cornelis in het korte voorwoord treffend verwoordt. Rosa Juno Streekstra, dochter van, schreef een kort verhaal. Het beschrijft de emotionele ervaringen met haar tante. De tante, het zusje, dat nergens in de teksten een naam krijgt. Zo dicht komt ze niet bij de beschouwer van de schilderijen en de lezer van de woorden. De naam te noemen van het kind dat tot vrouw wordt is te persoonlijk en raakt te dicht aan de privé-sfeer. Het onopvallende familielid wordt in dit boek een opvallende verschijning. In een elftal schilderijen ga ik aan de hand van Marit met rasse schreden door het leven van haar zusje. Van de baby in doopjurk, dat verbaast met open mond de wereld inkijkt, via het voorzichtige voelen van nat water aan het strand en de vrolijke gymklas aan het klimrek, tot een schaterlach op een blauw waterbed. Is dat Marit die over haar zus gebogen zit of de moeder die de dochter liefdevol door de haren strijkt. Ik zie de moeder met kind als een madonna onder een roze wolk, want “die oogjes trekken wel bij”. Op een volgend werk puzzelt ze en kijkt verstoord naar mij op. Een intense oogopslag. Een gebroken moment. Dan geheel in zichzelf gekeerd met een borduurwerk. Levend in het moment ’s morgens vroeg op een bed met een deken als een bloemenveld of een tafel vol engelse drop. Nog half in die droom glimlacht ze de dag tegemoet. De meeste van de schilderijen zie ik als een droomwereld, een vrolijk moment in het nu. Want een mongooltje heeft lol in het leven, is onbezorgd en ziet nergens een schaduwzijde zoals wij die wel zien. Ons normaal is omgeven met een zwarte rand, we zouden een voorbeeld aan de zusjes en broertjes moeten nemen. Een ijsje eten met vriendinnen van het gezinsvervangend tehuis. Veel indruk maakt de plaat “rode jas”. Kijkend in haar tas wordt het zusje dat vrouw is opgeschrikt. De grote wel erg rode jas hangt nonchalant om de schouders. De blik achter de ronde brillenglazen boven een onnozel geopende mond spreekt van verwarring. Een voorbode van dat ze niet meer leeft in het tegenwoordige moment, maar dat dementie haar hopeloos terug zet in de tijd. Toch kan het leven ook voor een mens met down hard en in mineur zijn. Het is een emotioneel boek over een bijzonder leven. Het eindigt met een panoramische blik in het atelier waar ik nog twee schilderijen meer ontdek. De zus aan een feestdiner en de gymklas. Deze klas vind ik nog terug wanneer ik het boekje dan eindelijk dicht doe. Een prachtige plaat waarop ieder karakter individu is. Stoïcijns, lachend, schreeuwend, glimmend, neuriënd; maar nergens recht in de lens kijkend voor de opname. Een giebelend stel meiden, als in de “echte” wereld. Wat een plezier! Marit Dik heeft een persoonlijke serie schilderijen gemaakt, waarbij ze dicht bij zichzelf blijft – dichter nog dan de kunstenaar gewoonlijk is. Een inkijk in een leven dat normaal gesproken ongezien blijft.

Uitgave “Mijn zusje”, schilderijen van Marit Dik, tekst van Rosa Juno Streekstra. Uitgeverij De Zwaluw, 2020.


Aantekeningen over de natuur in mijn werk

Er ligt een snelweg, bijna klaar, van Warschau naar het oosten, naar Bialystok. Van daar is het niet ver meer naar Bialowieza. Dan ben je midden in het Poolse deel van het oerbos.

Fluisterende meisjes die bomen zijn of omgekeerd, landschappen waarin jongeren de vrijheid vieren, pootje baden in de beek. In mijn werk is het landschap als een decor, een soort tuin, een Hof van Eden, Utopia, waar de maatschappelijke actualiteit geen vat op heeft. Het zijn gedroomde plekken waarnaar je kunt verlangen als je een periode midden in de stad zit en het nieuws van de wereld je duizelt. Een tuin is iets anders dan de natuur. Een tuin is een concrete plek. De natuur daarentegen is volgens mij een abstracte oerkracht. Zij overleeft alles en iedereen. Zolang zij ons toelaat zullen wij bestaan. En als we gaan klagen omdat we de honingraat plunderen dan moeten we niet als Cupido bij Venus gaan klagen. klik

Zoals de tuin zich verhoudt tot de natuur, zo staat het sprookjesbos tegenover het oerbos. Desondanks loopt in mijn werk het één in het ander over. Soms zijn het de kleine (blote) mensjes die zich laten zien en die de vrijheid vieren en andere keren gaat het om de lichtplekken in het bos. Een geelgors kan aanleiding zijn tot een diorama en de zon tussen de takken kan een schilderij worden. Maar ook schilderijen uit de kunstgeschiedenis kunnen een basis zijn voor een werk, bijvoorbeeld een serie vrij naar werk van Jan van Goyen. De aanzet tot mijn werk is daarentegen meestal terug te koppelen naar een verblijf ergens in een landschappelijke omgeving: bijvoorbeeld een artist-in-residence in de Catskills in Amerika of logeerweken in een bos op de Veluwe of een bezoek aan het oerbos in Polen. Mijn actie radius is tijdens zo’n verblijf klein. Liefst fiets of loop ik dan. De ervaring van het ergens te zijn geweest en iets te hebben gezien is nodig voor mij om werk te maken.

Voorbereiding mijn bijdrage aan Nature Seekers , duotentoonstelling met Emmy Bergsma

Marit Dik, februari 2020


Openingswoord bij ARCADISCHE BRIES, 2019

Paul Klemann, 27-03-2019, Utrecht

Beste aanwezigen…bedankt dat u allemaal bent gekomen naar de expositie, met de mooie titel ARCADISCHE BRIES, van Marit Dik en Anne Marie Spijker.

En nu heb ik de eer om deze tentoonstelling te openen. Twee maanden geleden ongeveer, belde Marit mij op met de vraag of ik dat wilde doen. Een lichte paniek…want ik heb nog nooit een expositie geopend..….dus even was er zoiets ..laat die beker aan mij voorbij gaan. Maar eigenlijk wist ik ook gelijk, dat ik het wel wilde doen,….al kende ik het werk van Anne Marie Spijker toen nog niet. Maar het werk van Marit wel. En omdat ik een stille bewonderaar ben, van het werk van Marit, heb ik ja gezegd.

Maar laat ik maar eerst over het werk van Anne Marie wat zeggen…ik kende haar werk niet. En ook toen ik het op internet zag…op haar website…..was het mij niet helemaal duidelijk. Maar kunst is net als mensen..als je ze voor het eerst ontmoet, bij mij ten minste, kijk je toch meestal heel even de kat uit de boom. Je moet ze meestal eerst even kennen wil je toegang krijgen tot de ingepakte ziel die tegenover je staat. Een paar keer hebben we gebeld. Maar iedereen heeft het druk…dus spraken we af in het midden. Zij woont in Amersfoort ik in Tiel..dus spraken we een paar weken geleden af in een café in Utrecht, Dat was een gezellige middag. We hebben uitgebreid gepraat..over zoveel…..maar ook haar werk….en toen we na een paar uur hartelijk afscheid namen ,…..was er een warm melancholisch nabeeld blijven hangen over haar schilderijen. Misschien dat u die neiging ook heeft, maar als ik reis en op oeroude locatie kom, vaak ergens langs de middellandse zee,…dan heb ik altijd de neiging om te loeren naar de grond of er toevallig niet een mooi archeologische vondst(-scherf) voor mij is achter gelaten. Het mag niet…je mag het niet mee nemen..maar toch altijd kijk ik of er niet een scherf van een mooi verleden ligt en dan het liefst met stralend geschilderd glazuur erop. En als ik zoiets vind dan heb ik een tastbaar bewijs dat daar ooit het paradijs was.

Oftewel dat wat Anne Marie en Marit nu voor deze expositie veel toepasselijker het arcadia noemen. Ik heb het nog even opgezocht. Een Arcadië of Arcadia is een utopisch land vol bloemen, fruit en bossen, helder water, vogelzang en een eeuwige zomer. Al in de klassiek oudheid maakten deze elementen deel uit van een ideaal landschap dat er ooit geweest zou zijn, in een verloren Gouden tijd, aan het begin van de geschiedenis van de mensheid. Ja, dat was er ooit en als we daar met z’n allen, hier aan terugdenken, dan zouden we er treurig van kunnen worden…wat het was er….ooit.

Interessant vond ik dat Anne Marie bijna tussen neus en lippen door vertelde nadat we al zeker een uur gepraat hadden….dat haar vader vroeger en dan praten we over de jaren zestig, naar Spanje …. en landen in Zuid Amerika reisde als inkoper en handelaar in citrusvruchten…Hij heeft dus nog in die landen kunnen meemaken hoe het was zonder de toeristische tsunami. Toen was er nog op een stil plein…waar een moeder die de kinderen binnen riep…de hoefjes van een ezel te horen waren…of waar misschien wel uit een openstaand raam gitaarspel aanwaaide. Het is een herinnering zo vaag. Zo ook hebben haar schilderijen iets positiefs “dementerends”. Ze wil en kan het niet los laten…Met veel naar binnen gekeerde kracht probeert ze die flarden voor de eeuwigheid te bewaren door ze op haar schilderdoek te noteren… maar over zo een herinnering komt dan weer een kleur ..en hoe schilder je de geur van een oleander…..of het azuurblauw dat weer verblindt door zon-geschitter…etc Maar toch als je naar haar schilderijen kijkt, dan maakt ze je op een gegeven moment deelgenoot van de arcadische herinnering, door de abstracties die ze toepast in haar schilderen.

Marits werk ken ik al veel langer… Bij haar is het Arcadië romantischer. Ik zou zeggen meer vanuit een “Goethe-aanse” bezieling. Het werk van Marit ken ik vooral vanwege haar driedimensionale collages…oftewel diorama”s Daar was iets heel bijzonders mee… Dat bijzondere kon ik voor het eerst ontcijferen toen ik een jaar of twee geleden haar diorama’s zag staan bij galerie SANAA (te Utrecht). Er komen veel mooie vrouwen en meisjesachtige figuren in voor…meestal naakt…maar het wonderlijke is dat het nooit grof is…het is gewoon zo. Om het maar plat te zeggen het is nooit vunzig … er heerst een heel aangename vrijheid…er is niemand bang, angstig, er is geen gevoel voor schaamte…dat bestaat daar niet. En als er geen schaamte is…dan spreek je over het paradijs. Maar je voelt tegelijkertijd dat die paradijselijke vrijheid ook heel kwetsbaar is. Daarom is het heel toepasselijk dat er gesproken wordt in de titel van deze expositie van een arcadische BRIES… Alsof na een prachtige zomerdag,….er plots een lichte bries komt langs gewaaid die uiteindelijk kan verworden tot een storm. In die zin…zegt het werk wel veel over de huidige tijd. We proberen het paradijs zolang mogelijk vast te houden.

Ik maakte bij het zien van haar recente schilderijen associaties met een zomernacht van de schilder Edvard Munch…De paarden van Frans Marc die helaas veel te vroeg, tragisch gestorven is in WO I, je ziet woeste ongerepte Ruysdael stemmige Hollandse landschappen of kubistisch aandoende beelden die mij deden denken het werk van Kirchner die zichzelf het leven benam toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Oftewel op haar schilderijen is troostend dat van echte ellende geen sprake is. Maar het is niet naïef of sentimenteel. Marit weet donders goed wat er te koop is in de wereld. Maar in haar schilderijen en haar collages zijn we even bevrijd en verlost van wat ook wel eens het tranendal wordt genoemd. Het heeft daarom iets utopisch… En daarom zou je de expositie ook als titel hebben kunnen meegeven: Een utopisch bries. Een toekomst waarin dat wat Marit en Anne Marie verlangen, alvast zichtbaar wordt gemaakt.

Dan is bij deze de expositie geopend en wilde ik vragen om warm applaus voor Marit en Anne Marie


Illusie in schuim

Joost Pollmann naar aanleiding van een atelierbezoek, augustus 2017

"Een diorama (ook: kijkkast) is een (vaak museale) opstelling waarbij voorwerpen zodanig staan opgesteld dat er een indruk van een mogelijke werkelijkheid wordt getoond. Voorbeelden: de uitbeelding van een bepaalde biotoop — een opgestopte vos met een konijn in zijn bek en op een boomstronk met takken enkele vogels." Bron: Wikipedia.

Diorama's zag je vroeger in het museum voor volkenkunde. Het waren vitrines van vier bij vijf meter waarin rotspartijen waren geplaatst met (bijvoorbeeld) Comanche-indianen die een vuurtje stoken. De inheemsen waren gekneed uit was, de rotsen van papier maché en het vuurtje brandde niet. Alles nep. Toch ging er in het analoge tijdperk een grote betovering uit van zulke nagebootste situaties, al was het maar omdat je je fantasie duchtig aan het werk moest zetten om de rigor-mortis-achter-glas tot leven te laten komen.

Marit Dik maakt diorama's in het hier en nu. Aanvankelijk waren het collages, samengestelde plaksels, die gaandeweg steeds driedimensionaler werden, totdat het kijkkasten waren geworden met zijwanden, achterwand, bodem en plafond. Hoogte en breedte maal diepte, losjes geconstrueerd met isolatieschuim en andere nederige materialen (uitgeknipte fotootjes), die niettemin illusies scheppen.

Wat Diks diorama's compleet maakt is iets wat je niet ziet, niet bewust althans: de vierde wand. Dit is een denkbeeldige wand tussen het kijkende publiek en het toneelpodium, een niet-bestaande glasplaat waarachter zich een stukje leven afspeelt dat de acteurs hebben ingestudeerd. Bij Dik zijn die acteurs uitgeknipte foto's waar overheen is geschilderd, zodat (bijvoorbeeld) een naakte rug een verftoets krijgt en zich beter voegt naar het kunstmatige van de biotoop die de kunstenaar heeft gecreëerd. Tweedimensionale figuurtjes in een driedimensionaal diorama die theatraal doen, een situatie verbeelden. Marit Dik heeft een voorkeur voor badkamerscènes, waarbij soms zelfs het blauwe schuim met bellen in de badkuip is nagemaakt. Maar vergis je niet, beste lezer, want sprookjesachtig en spookachtig liggen dicht bij elkaar. In het werk 'Bathtub' uit 2015 (inkjetprints, schuim, acryl, 25 x 42 x 24 cm) zien we een naakte man in een badkuip zitten. Op de rand een vrouw in bikini. Er ligt wat kleding op de grond. Tegen de achterwand twee brandblussers en een laddertje. Links twee ramen, die uitzicht bieden op een rotswand en een kale boom. Dominant in deze setting zijn echter de groezelige badkamertegels die achtermuur, vloer en het frontje onderaan bedekken, en associaties oproepen met eenzame opsluiting, waterboarding, kelders van veiligheidsdiensten, hoe intiem de baders er ook bij zitten. In het beroemde schilderij 'Baders bij Asnières' van Seurat uit 1884 zien we een jongen in zwembroek pootjebaden. Romantisch? Als je beter kijkt zie je aan de horizon een fabriek met rokende schoorstenen, de industrialisering is in volle gang, idylles komen in het gedrang. Bij Dik is de idylle rond de badkuip geknipt uit een reclamefolder: zo ziet geluk er uit! Daaromheen een betegelde en morsige kilte. Hoe langer je deze kijkdoos bestudeert - ziet het grijsgeverfde schuim aan de linkerkant er niet precies uit als beton? - hoe grimmiger de beelden die in je hoofd opdoemen. Neem die treden rechtsonder: een aflopende zaak.


Avondlog Wim Noordhoek, 2017

Uit het raam vliegen - zondag 15 oktober 2017

link: http://www.avondlog.nl/blog-item/uit-het-raam-vliegen

Kreeg weer de kans de kijkdozen, de open doekjes - hoe noem je ze? - van Marit Dik van nabij te zien. Ze doen denken aan wat ik weet van de 'tableaux vivants' uit de 18de en 19de eeuw, de voorgangers van de bloemencorso's en jawel, de 'living statues' van nu. In de oude tijden werden zo bijbelpassages - Franciscus van Assisi deed het al - of his­torische gebeurtenissen uitgebeeld. Alleen bij Marit Dik leven de figuren niet, ze heeft ze bij elkaar geknipt en in decors gezet. Wat je ziet zijn bevroren scenes uit vreemde toneelstukken. Maar dan vele malen verkleind. Met zorgvuldig uitgewerkte mini-decors. Als kijker steek je je reuzenhoofd met camera in zo'n scene. En merkt dat die er van alle kanten, van boven van onder, van opzij, steeds weer anders uitziet. De voorstellingen beginnen te leven. Je gaat je er dialogen bij voorstellen, hoewel ze allemaal 'ohne Worte' zijn. Alleen een enkele titel verklapt wat, zoals 'Make my day (the kitchen)' of 'Uit het raam vliegen'. Er ontstaat een multidimensionale film.


Avondlog Wim Noordhoek, 2015, "Marit Dik in de derde dimensie"

Link: http://www.avondlog.nl/tags/marit-dik

Stel je voor: kleine schouwburgscenes uit absurde toneelstukken. Die ook surrealistische collages zijn. Wat voegt die derde dimensie toe? Je staat er als Gulliver over gebogen. Eerst dichtbij kijken, dan, bij een stapje achteruit, overzie je het geheel. Je kijkt achter de gordijnen, in de coulissen. Eerder zag ik een diorama van Marit Dik bij Ogenbliksem in de oude kaasfabriek in het Overijsselse Kolderveen. Nu zijn er dertien verzameld bij de nieuwe Amsterdamse galerie Orangerie. Een unieke vertoning. Wat er gebeurt er in haar mini-filmsets? Het ironiseren van kunst vooral, zoals in haar geestige versie van Suzanna en de ouderlingen die haar moderne badkamer zijn binnengedrongen. Suzanna duikt weg. Noem het filmsets of kijkdozen zonder dak. Willem Brakman, de kijkdozenfreak zou er als een blok voor gevallen zijn. Ook bijvoorbeeld voor het als in een weerhuisje beweegbare, innig verstrengeld stel. Marit Dik werkt met al wat van pas komt, foto's, tekeningen, de schaar. Dali? Willem van Genk? Steeds weer schiet ik in de lach, zonder precies te weten waarom. Dat is de opgave van deze vederlichte tentoonstelling. Het steeds weer merken dat Marit Dik je te vlug af is.


Mister Motley, mei 2015

Uit De kunstenaar kan alles, Alex de Vries, bij de opening van OGENBLIKSEM #5 in galerie Sanaa

Link: http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/de-kunstenaar-kan-alles

Marit Dik bekijkt de wereld vanuit een mengeling van bekommernis en zorgeloosheid. Ze kan niet overal verantwoordelijkheid voor nemen, hoezeer wat haar haar omgeving ook overkomt haar ook ter harte gaat. In haar schilderijen en diorama’s is er sprake van een overweldiging die buiten haar omgaat. Het is een vorm van visitatie, een engel die een onmogelijke boodschap brengt, waaraan je bent gehouden te voldoen. Het lot van de mensheid rust op je schouders. Iemand strijkt met zijn hand lang je hele lichaam om te bevoelen wat je te verbergen hebt. Marit Dik brengt iets in de wereld waarom niet is gevraagd, maar wat ze wel te bieden heeft.


Galerie Helder, Den Haag, 10 januari – 15 februari 2015

Uit : Transformaties, openingstekst door Alex de Vries bij de tentoonstelling van Lars Weller en Marit Dik

Link: http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/transformaties

[....] De cinematografische transformaties in het werk van Lars Weller vinden we op een andere manier terug in de schilderijen en de 3d collages van Marit Dik. Vooral die collages zijn gemaakt als een miniatuur-set voor een film. Je kunt je er hele scènes in voorstellen. Het zijn als het ware opengewerkte decors waarin camera’s vrijelijk kunnen bewegen om iedere gezichtshoek mogelijk te kunnen maken. De manier waarop deze collages functioneren, doet enigszins denken aan de werkwijze van Alfred Hitchcock voor zijn film ‘Rope’ uit 1948. Daarin duurde steeds iedere scène precies de tien minuten van een filmrol en wekte Hitchcock zelfs de suggestie van een onafgebroken opname door de overgangen tussen de filmrollen subtiel te maskeren. In die tijd waren de filmcamera’s nog zo groot dat ze niet door een deur konden, zodat Hitchcock genoodzaakt was een open decor te maken zodat de camera zelfs als het ware door de muren heen kon filmen en de acteurs overal kon volgen. Een bijzonderheid is dat ‘Rope’ de eerste kleurenfilm van Hitchcock was en dat het verhaal zich afspeelt rond een als tafel dienstdoende kist waarin een zojuist vermoorde jongeman is verborgen. Die morbiditeit is een vermoeden dat ogenschijnlijk in de collages van Marit Dik ontbreekt, maar bij nadere beschouwing is iedere scène die zij verbeeldt toch voorzien van een ongemakkelijkheid die onder de oppervlakte een gevoel van argwaan veroorzaakt. De op het oog illustratieve verhaalsequentie die Marit Dik verbeeldt, kent een aspect dat niet zozeer zichtbaar is, maar dat wel ieder moment kan worden ontdekt. In het werk van Marit Dik vraag je je voortdurend af: waar is het wachten op? Dat houdt ze buiten beeld, waardoor de manifestatie ervan des te nadrukkelijk is. Nog sterker dan voor haar collages geldt dat voor haar schilderijen, omdat je daarin niet om de dingen heen kunt kijken om alles van voor en achter te observeren. In haar schilderijen zien we het verborgene frontaal aan ons gepresenteerd. In het schilderij van een bijna naakt meisje laat Marit Dik haar twee appels tonen die ze voor haarborsten houdt. Alles aan dat tafereel oogt onschuldig en onverdacht. Toch is het een hoogst ongemakkelijk schilderij, omdat het zich uitspreekt over argeloosheid en doortraptheid, over bekoring en verzoeking, over verlegenheid en schaamteloosheid.

Marit Dik zet nogal wat op het spel in haar werk. In de collages is dat spel vooral allegorie, metafoor en symbool, een sprookjesachtige verbeelding, een moraliteit zelfs. In haar schilderijen daarentegen zet ze zichzelf in, doordat ze haar kinderen en hun leeftijdsgenoten als model gebruikt om enerzijds te verbeelden waar het leven mank gaat, waar de maatschappij aan voorbij gaat, waar het bestaan ongerijmd is en anderzijds om te laten zien waar het geluk huist. Waar de collages je in hun rebus-achtige beeldtaal je goedmoedig op het verkeerde been zetten en op vrolijke wijze duidelijk maken dat je twee keer moet kijken voordat je weet wat je ziet, daar zijn haar schilderijen in hun menshoge gedaante een veel directere confrontatie met je persoonlijke onvermogen om met de onbarmhartigheid van menselijke tekortkomingen om te gaan en met je verlangen naar een onbekommerd bestaan. De schilderijen zetten je eerst op het verkeerde been door vrijwel consequent een jonge vrouw op te voeren die zich onmiddellijk bedreigd weet in haar lichamelijkheid. De principiële onaantastbaarheid daarvan houdt die bedreiging ervan per definitie in. Bij Marit Dik is er daarom geen sprake van een vertederende ingenue die als excuus voor een met vaseline ingesmeerde erotische aberratie dienst doet die we kennen uit de pornografische blik van de erotomaan, maar van een ongekunstelde, jeugdige vrouw die zich onwillekeurig verzet tegen de wijze waarop ze altijd en overal seksueel verdacht wordt gemaakt. Tegelijkertijd viert Marit Dik ook de zelfstandige seksualiteit van deze jeugdige vrouwen. In haar collages steekt ze er in de allegorische betekenis ervan enigszins de draak mee. Kom, er mag ook om gelachen worden, maar in haar schilderijen kan je dat lachen uiteindelijk alleen maar vergaan als je je rekenschap geeft van de navrante manier waarop deze geschilderde vrouwen op zichzelf worden aangewezen. Ze hebben een wereld te veroveren.


KunstNetTV, 2015

Alkmaarse kunstenaar Marit Dik verbeeldt vluchtige momenten

link: http://www.kunstnet.tv/MaritDik2015.htm


Een zachte vloeiende stroom ribbelt over het doek, 2009

De landschapschilderijen van Marit Dik nemen de kijker mee naar een serene plek, ver van de drukte van het leven van alledag. Vanuit een inspiratie uit de natuur en bekende alledaagse taferelen zijn het vaak kinderen die in haar grote abstracte en tegelijk figuratieve schilderijen op doek voorkomen. Haar werk verbeeldt scènes met een uiterst rustige atmosfeer en vangt tegelijkertijd een kort vluchtig moment. Hoewel, als je je blik laat dwalen merk je dat haar onderwerp niet zo letterlijk is als het lijkt. Was het een foto die haar inspireerde? Een herinnering aan een zomervakantie? En wat probeert Dik precies te pakken? Is het ware onderwerp in haar werk een verhaal of is het een moment in de tijd? Of zijn het vooral de gevoelens en emoties waar deze taferelen voor staan? Dik bereikt een quasi idyllische sfeer zowel door de keuze van het onderwerp als door haar abstracte figuratieve stijl van schilderen. In de serie schilderijen uit 2006 en 2007 onderzoekt zij verhalen en scènes van kinderen die hangen, die spelen,....die gewoonweg in de buitenlucht rondhangen. Titels zoals Playground, Paradijs en Lezend in het Park zijn toespelingen op alledaagse activiteiten en momenten. De kinderen in haar werk kunnen worden beschouwd als een metafoor voor onschuld, verwijzend naar de voorseksuele fase van ontluikende adolescenten, vlak voor zij volwassen worden. Hun aanwezigheid zorgt voor een sfeer van harmonieuze nonchalance maar tegelijkertijd is er een toenemende spanning rond de naderende volwassenheid die in de nabije toekomst opdoemt. Dit effect wordt versterkt door de formele eigenschappen van haar stijl van schilderen. Met dun aangebrachte acrylverf op linnen speelt zij een melodisch spel tussen verf en licht. Zoals de expressionistische schilders in het verleden, bijvoorbeeld Cezanne, vermijdt zij strakke lijnen. Daarvoor in de plaats kiest zij voor het maken van afzonderlijke vormen door het aanbrengen van losse vlekken verf. De afwezigheid van harde lijnen brengt beweging in haar schilderijen. Een zachte vloeiende stroom ribbelt over het doek. Dat effect wordt nog verder opgevoerd door het zorgvuldig aanbrengen van de verf om een suggestie op te roepen van filterende zonnestralen door de bomen, schijnend op verborgen plekken, het juiste moment pakkend. Het gebruik van verf als licht verhoogt ook het vluchtige van de handeling en van de bewegingen van de figuren. Het grote formaat van de schilderijen in combinatie met het open, close up zicht dat zij de kijker op het werk geeft, staat ons toe om de setting binnen te dringen zonder de zorgvuldig geconstrueerde harmonie te verstoren. Een open plek in het dichte bos geeft ons net genoeg licht om het tafereel waar te nemen zonder in overtreding te zijn. Dat Dik wordt geïnspireerd door de natuur is duidelijk te zien aan de steeds terugkerende bomen en landschappen in haar werk. Aan de ene kant lijken de landschappen over te gaan in de figuren die in haar scènes verschijnen.Tegelijkertijd gaan de abstracte landschaptaferelen die de achtergrond van deze schilderijen vormen een eigen leven leiden in haar series over bomen en bloemen. Door abstracte schildertechnieken te gebruiken vestigt zij onze aandacht op specifieke details van een bloem of een boom zonder te proberen om deze realistisch weer te geven. Ze schildert net voldoende details om de kijker voldoening te schenken en een indruk te geven van het moment en de plaats. En ligt hier de sleutel van het werk van Dik. Eigenlijk is zij niet geïnteresseerd in een realistische weergave van een situatie, in plaats daarvan is zij gericht op de atmosfeer, het gevoel, de emotie. Als je naar haar werk kijkt kun je de onuitgesproken spanning en de mogelijke gebeurtenis op de plek bijna voelen. De schildertechniek in het werk dat in 2009 tijdens een artist-in-residence in ArToll, Duitsland, is gemaakt, doet denken aan camouflagemateriaal. Haar penseelstreken en kleurvlekken wijzen subtiel naar de aanwezigheid van kleine dieren. Ze behoudt een gevoel van intimiteit door op kleinere schaal te werken; het werk in deze serie heeft nu in een kleiner formaat. Hier maken we kennis met haar indruk van het woud dat zowel krachtig als majestueus is. Het verbaast daarom niet dat zij deze reeks Jagd und Liebe/ Jacht en Liefde heeft genoemd. Na de kleinere doeken te hebben onderzocht gaat zij in haar recentste werk terug naar groter formaat en brengt ze menselijke figuren in haar schilderijen terug. Met een rijpere schildertechniek herziet zij nu composities en onderwerpen geïnspireerd op klassieke schilderijen. In de werken zoals Fragile/Breekbaar, Monkey in my head/ Aap in mijn Hoofd en Unbearable Lightness/Ondraaglijke Lichtheid, (alle 2008) kunnen wij zien hoe zij deze thema's met haar persoonlijke handschrift heeft geïntegreerd om een nieuw verhaal tot stand te brengen dat zowel associatief is als vermengd met fantasie. Ook zien wij schilderijen in een interieur, bijvoorbeeld You must learn to dance/ Je moet leren dansen (2009). Terwijl ze haar poëtische touch en persoonlijke penseelstreek behoudt, pakt zij haar onderwerp nu veel realistischer aan en brengt het vanuit het bos het huis in. Het lijkt alsof de recente periode als artist-in-residence in ArToll, Duitsland Dik de mogelijk heeft gegeven om haar persoonlijke relatie tot de natuur nieuw leven in te blazen en de emoties en gevoelens die zij daar heeft opgedaan in haar werk te laten doordringen. Laag over laag brengt ze verf op het doek, haar natuurlijke omgeving en haar figuren in perfecte harmonie vormgegeven. Ze gebruikt het bos, de natuur en de menselijke figuren in haar werk als metaforen voor de evolutie van de menselijke levenscyclus. Zij leidt ons van de kindertijd naar de adolescentie; ze combineert en integreert menselijke figuren met de natuur hetgeen een natuurlijke ontwikkeling impliceert en de symbiotische relatie tussen die twee ontsluiert. In het meest recente werk wil Dik aspecten van de rol, de belangen en de worstelingen van (jonge) vrouwen ten aanzien van de maatschappij onderzoeken. Misschien kunnen we dit ook als teken zien van het samenkomen van haar achtergrond als psycholoog met haar maatschappelijke positie als kunstenaar? We weten het nooit zeker maar het mogelijke antwoord is wellicht bij de toeschouwer te vinden. Want in haar werk laat Dik voldoende ruimte voor de fantasie, zelfreflectie en interpretatie van de kijker.

Donna Wolf Vertaling van de door Donna Wolf geschreven tekst:” A gentle flowing pulse rippels across the canvas”, 2009


THIS IS A LOVESONG, 2009

artist-in-residency, Phoenicia, NY

art review by Lynn Woods In early September, eight Dutch artists arrived in Ulster County for their month-long residency, in time for the opening of the group show of their work at SUNY-Ulster on Sept. 10. Marit Dik was one of nine artists who participated in an artist in residency program in Ulster County, in the mid Hudson Valley of New York, in September and early October. Her painting, "Fifteen," was included in the group exhibition in September at the State University of New York-Ulster community college, and she showed her large, psychologically charged acrylic canvases of figures in a landscape at the Arts Upstairs Gallery in Phoenicia. Dik, who was a psychologist before becoming an exhibiting painter in 2000, transformed a room of the gallery into an installation, “This is a love song,” the fable of an adolescent girl’s transition into womanhood through a romantic encounter with a young man. The narrative was told through a series of paintings loosely connected by pastoral charcoal drawings on the walls and accompanied by a recording of a Dutch nursery rhyme, in which a robin --stand-in for the man--knocked on the door of a cabin to come out of the cold, stayed the winter, then abandoned the girl in the spring. “I started to draw on the wall for context, to make a story without words,” Dik said. “The paintings I brought with me, the drawings are all impressions from here.” They include depictions of animals she encountered for the first time in the mountainous woods around Phoenicia, such as raccoons and flying squirrels. Dik’s painterly style and subject matter, reminiscent of Eric Fischl, convey a sense of tension, both in the extreme animation of the landscape —paint strokes suggest eyes and other features lurking in the forest —and the vulnerability of her protagonists. The spontaneous, layered application of paint across the entire canvas resembles camouflage, with its strokes of light and dark. The bright, contrasting colors undermine her fairy-tale theme with a Pop immediacy, and her compositions, which often include dark foreground elements, a grove-like opening of light in the mid-distance, and a feature, such as a stream, spilling out of the foreground, pull the viewer into the space (or rather, the depicted space of the painting penetrates the viewer’s space). In one painting, a tough-looking adolescent girl, her midriff exposed, is unaware of a large bear that lurks in one corner; the girl, however, seems less at risk of becoming a victim than the bear. In another canvas, a girl in military garb lifts a knife over a fallen boar. “There is no line between her and the landscape,” said Dik. “My painting is a kind of camouflage. I obscure and reveal.” Dik included smaller works she had painted while participating in a residency in ArtToll, Germany, earlier this year. She shows her work in Holland, and Belgium. During her stay in Phoenicia, she took many photos. Dik said she immediately felt at home in her new surroundings. “The colors are so nice. The feeling of so many animals is wonderful. We don’t have skunks and raccoons. It’s always surprising what you see.”